De bestuurders hebben een grote passie en liefde voor dieren. Ze waren allemaal reeds voor de oprichting van KFAAF actief met het helpen van dieren in nood. Lees hieronder wat hen motiveert om zich in te zetten voor KFAAF.

Peggy de Lange

Peggy de Lange (oprichter en voorzitter)

Zolang ik me kan herinneren, spelen dieren een belangrijke rol in mijn leven. Op bijna iedere foto uit mijn jeugd zie je mij samen met een dier. Als je aan mij vroeg: “Wat wil je later worden?”, dan kreeg je steevast het antwoord “boerin”. “Papa en mama, ik wil een heleboel diertjes, maar ze blijven wel allemaal leven.” Mijn ouders opperden dan dit niet samenging met het leven van een boerin, want “zo verdien je geen geld”.

In 2000 kreeg ik, samen met mijn ex-vriend Thomas, mijn eerste hond – een “woefel”- zoals ik ze graag noem: Dart, een golden retriever. Als snel bleek dat Dart aan LPC leed, een ernstige aandoening van beide ellebooggewrichten met zware artrose en kreupelheid tot gevolg. De vooruitzichten waren somber, echter euthanasie was voor ons geen optie gezien zijn jonge leeftijd en de wilskracht waarmee het ventje zich door zijn leven worstelde. Wij hebben de specialisten en dierenklinieken platgelopen op zoek naar een oplossing. Dit was allerminst een eenvoudige taak. Zeventien jaar geleden stond de behandeling van elleboogdysplasie bij honden immers nog in de kinderschoenen. Dart is verscheidene keren geopereerd. Wij zijn er zelfs voor naar het buitenland gereisd, waar wij hem door de beste orthopedisch chirurg heb laten opereren. Daarna volgde een lange periode van revalidatie: diverse therapieën in combinatie met een goede pijnbestrijding. Dart was een kanjer, een doorzetter, een prachtwoef met een ontzettend mooi karakter. In hetzelfde jaar dat wij Dart kregen, kwam ook Boot. Boot was onze tweede golden retriever, een herplaatsing van elf maanden. Boot had een achtergrond van verwaarlozing en mishandeling toen hij bij ons arriveerde. Het was een hoopje ellende, een kolos van een woef die niet opgevoed en niet gesocialiseerd was. Er was van alles en nog wat mee gebeurd. Eenmaal binnen, ging hij roerloos plat op zijn buik liggen. Wat wij ook deden, we kregen hem niet meer voor- of achteruit. Het heeft maanden geduurd voordat Boot een beetje op de rit kwam. Hij was een volwassen pup in de puberteit. Engelengeduld en heel veel liefde hebben hem er uiteindelijk doorheen gesleept, al waren de littekens van zijn verleden voor altijd op zijn ziel gebrand. Dart en Boot waren dol op water. Waar water was, hoorde je een plons. Vervolgens moest je de grootst mogelijke moeite doen om beide heren weer uit het water te krijgen. Helaas zijn Dart en Boot beiden op relatief jonge leeftijd aan kanker overleden. Door hen ben ik gaan beseffen dat ik iets bijzonders heb met dieren die speciale zorg nodig hebben. De ‘stakkers’ die afgeschreven zijn voor de buitenwereld, omwille van hun imperfecties, ziektes, en grote nood aan aandacht en verzorging. En dan hebben we het nog niet eens over de kosten gehad die zo’n dier met zich meebrengt. Na Dart en Boot volgden nog vele andere woefels, waarvan de meeste speciale zorg nodig hebben. Neem maar eens een kijkje op de pagina “huisgenootjes.”

Dart en Boot betekenden de oorsprong van de stichting: de ambassadeurs van KFAAF, van onze waarden en van onze inzet. Samen met medebestuurders Frank en Philippe, even zot van dieren, en met onze fantastische vrijwilligers sta ik in voor het reilen en zeilen van de stichting. Dit alles was uiteraard niet mogelijk geweest zonder de steun van onze donateurs en de vrienden van KFAAF.

“Ter nagedachtenis van Dart en Boot. Jullie missie wordt voortgezet!”

Philippe van Ransbeeck

Philippe van Ransbeeck (secretaris)

Dieren geven je onvoorwaardelijke liefde. Tot deze conclusie kwam ik na een moeilijke en bewogen jeugd. Of het nu huisdieren zijn, boerderijdieren of wilde dieren, het maakte niet uit. Ik vond rust in hun bijzijn, en zij maakten van mij een beter mens. Ik ging helpen op een boerderij, maakte wandelingen met asielhonden, en deed alles wat maar mogelijk was om dieren te helpen.

Een paar jaar later kwam ik langs de weg een hond tegen die was aangereden. Hij liep mank en had pijn. Ik ben in de omgeving gaan rondvragen om te zien of iemand een hond miste, maar hij was bij niemand bekend. Toen ik de politie belde, kreeg ik te horen dat ik de hond maar weer los moest laten. “Hij zou zijn weg wel weer terug vinden”, werd mij verteld. Grote dierenvriend als ik ben, kon ik dit natuurlijk niet over mijn hart krijgen. Ik bracht hem naar de dierenarts. Daar bleek dat hij een gebroken heup had en geopereerd moest worden. Na de operatie nam ik hem mee naar huis en sliep ik tijdens zijn revalidatie zeven maanden naast hem in de zetel. Max was niet de jongste toen hij bij mij kwam wonen. Ik heb hem nog vijf jaar als compagnon bij me gehad en van hem mogen genieten. Twee jaar later ben ik Duc gaan ophalen. Hij was gedumpt langs de snelweg in Cannes, Frankrijk. Hij liep daar al zeker drie weken rond met een gewonde poot, zonder dat iemand zich om hem bekommerde. Hij is uiteindelijk door de politie bij een dierenarts gebracht die hem wilde euthanaseren. Op Facebook werd er een oproep voor hem gedaan. Van zodra ik dit zag, ben ik onmiddellijk in mijn auto gestapt en naar Cannes gereden om hem op te halen. Ook voor hem volgde een periode van lang revalideren, maar hij is tot op vandaag de dag mijn beste maatje. Dieren zijn mijn zielsverwanten.

Frank Dogterom

Frank Dogterom (penningmeester)

Na jarenlang ziek te zijn geweest en in het buitenland gerevalideerd te hebben, was het voor mij niet makkelijk om mijn draai weer te vinden en mijn leven op te pakken. Ik ben jarenlang ondernemer geweest, maar door mijn ziekte kon ik mijn bedrijf niet langer voortzetten. Op advies van mijn behandelende arts om te blijven bewegen, ben ik op zoek gegaan naar een maatje. Eentje uit het asiel. Zo is Boomer, een Tibetaanse terriër, op mijn pad gekomen.

Zij was vanuit Kroatië in Nederland terechtgekomen, en was net als ik op zoek naar een maatje. We hadden beide een “rugzakje”. Samen met Boomer maakte ik lange wandelingen en kwam ik steeds lekkerder in mijn vel te zitten.

Ik wilde ook graag weer iets gaan ondernemen. Zodoende ben ik op zoek gegaan naar vrijwilligerswerk. Ik wilde iets gaan doen met dieren die niet voor zichzelf kunnen opkomen, en die net als Boomer en ik een rugzakje hadden. Al snel viel mijn oog op een vacature bij de dierenbescherming. Daar zochten ze voor regio Gelderland een afdelingsinspecteur (nu “preventiemedewerker”).

Na een jaar stage te hebben gelopen bij een andere afdelingsinspecteur, en na het afronden van de opleiding, heb ik me lange tijd ingezet om de belangen van dieren in nood te behartigen. Ik ben door mijn werk als inspecteur met veel dierenleed in aanraking gekomen. Tevens kom je ook met veel mensen in aanraking, en zo ben ik na een tijdje met Philippe en Peggy in contact gekomen: net als ik mensen met een hele grote passie voor dieren. Alle drie waren we op onze eigen manier actief met het helpen van dieren in nood, meer bepaald dieren die door de maatschappij afgeschreven waren. We besloten dan ook om onze krachten te bundelen, en binnen een paar maanden was KFAAF opgericht. Mijn werkzaamheden bij de dierenbescherming heb ik stopgezet, om me helemaal te kunnen richten op de werkzaamheden voor KFAAF.

Elke dag geniet ik weer als ik de stallen in loop en naar die prachtige, dankbare snuiten kijk. Dierenliefde is niet met woorden te beschrijven – het is mij werkelijk “dier”baar.